"Ik heb niets te verbergen"

Nephtis Nieuws


  • Goedheid, vertrouwen winnen. Het laten zien dat je niks te verbergen hebt en/of je bloot te geven is een manier om het vertrouwen van anderen te winnen. In kleine gemeenschappen is een manier om vertrouwen te winnen om veel te delen, bijvoorbeeld. Het delen van informatie zit in ons sociaal weefsel. Soms zijn we daar naïef in.
  • Het sussen van de eigen gemoedsrust. Veel mensen geven aan dat je toch niet meer anoniem kunt communiceren, dus ze accepteren maar dat het niet (meer) mogelijk is. De gedachte dat je niets te verbergen hebt is daarbij een geruststellende gedachte. Een soort opheffing van de eigen cognitieve dissonantie.
  • Gemakzucht. Het is makkelijk, en mensen willen er geen moeite in steken om zich er in te verdiepen. En het is makkelijk om te weten waar je bent, wat je de vorige keren voor eten besteld hebt.
  • Gebrek aan interesse. Veel mensen staan er gewoon niet zo bij stil. Een advertentie lijkt gewoon een advertentie.
  • Het wordt geassocieerd met foute, criminele dingen doen. Het wordt vaak gezegd om te zeggen: ‘ik ben toch niet crimineel?’ De aanname is dat wanneer je iets te verbergen hebt je iets fouts doet: je verbergt iets wat je niet wilt prijsgeven. Zeggen dat je niks te verbergen hebt is dus eigenlijk zeggen dat je niks fout doet.

  • Er is niet zo’n groot probleem. Het is niet zo erg dat overheden en bedrijven allerlei informatie over je verzamelen en analyseren. Ook is er geen direct risico aan verbonden, of lijkt dat zo. En voor een deel is dat ook een correcte inschatting.
  • Onwetendheid.
    • We weten niet half hoeveel we gevolgd worden. Was we dat meer zouden weten zouden de meeste mensen waarschijnlijk wel schrikken.
    • Het voorbeeld van Lifelines wordt genoemd. Dit is een onderzoeksprogramma over gezondheid, waar 165.000 mensen aan meedoen. Veel mensen doen hier vanuit goede bedoelingen aan mee, maar weten niet dat deze informatie ook weer wordt doorverkocht.
    • Je deelt dingen met mensen, beseft niet wat voor analyticsengine daar achter zit.
  • Vertrouwen. Onze maatschappij is fundamenteel gebouwd op vertrouwen. Eén van de deelnemers verteld dat zijn vader in het ouderlijk huis het dak open heeft gebroken, omdat in het dak ruimte hoorden te zitten maar er niet was. Daar viel een archief met administratie uit, over wie Joods was en wie niet. Het was verstopt tijdens WOII. We waren toen al enorm goed in het vastleggen van dingen, en dat ging lange tijd prima. Totdat het regime veranderde.
  • Hans vertelt dat het Bits of Freedom gaat om agency, een woord waar niet echt een goede Nederlandse vertaling voor is. Het gaat om controle, zelf de touwtjes in handen hebben over welke informatie je deelt, en met wie. Ook organiseert Bits of Freedom op 5 mei dit jaar de derde Godwinlezing, in het oude bevolkingsregister.

                <div class="testimonial">
                    <div class="testimonial-content">
                        <p>Rondje: wat is je favoriete tegenargument? Wat
                            zeg jij als iemand zegt dat hij of zij niks te verbergen heeft?</p>
                    </div>
    
                </div>
    
  • Mag ik je een kopie van je voordeursleutels hebben?

  • Waarom doe je dan het toilet op slot?

  • Je laat mensen toch ook niet in je Kliko kijken? Wat heb jij de afgelopen week weggegooid?

  • Mag ik het nummer van je dochter?

  • Er zijn verschillende filmpjes te vinden op internet ‘digitale gewoonten’ vertalen naar het dagelijks leven. Bijvoorbeeld iemand die bij mensen aanbelt en vraagt of ze de foto van hun kinderen mag bekijken. Op internet zijn die foto’s vaak openbaar te zien, maar als je iemands huis binnen wilt wordt je met groot wantrouwen bekeken.

  • Andere mensen kunnen onzorgvuldig met je data omgaan. Bij de AH Bonuskaart kon bijvoorbeeld je buurman achterhalen wat je had gekocht, als hij het correcte pasnummer had.

  • Je weet nooit of je in de toekomst iets te verbergen gaat krijgen. Misschien heb je nu niks te verbergen voor de Nederlandse overheid. Maar stel dat de Verenigde Staten opeens een politieke aardverschuiving krijgen (stel dat Trump president wordt, of Wilders in Nederland). Dan ziet het landschap er opeens heel anders uit.

  • Daar aan gerelateerd: wat nu niet fout is, kan dat later wel zijn. Heb je wel eens een handtekening gezet onder een petitie? Een Turkse academicus is daar om ontslagen. In Nederland zijn politici wel eens in de problemen gekomen omdat ze 20 jaar geleden een handtekening gezet hebben onder een manifest. Is dat fair? Je kunt toch van mening veranderd zijn?

  • Je leeft in verschillende contexten, en in sommige contexten verberg je dingen die je in andere juist weer wel deelt. Je gedraagt je anders tegenover je ouders dan tegenover je vrienden, bijvoorbeeld. In zakelijke contexten vinden we het bijvoorbeeld heel gewoon om informatie voor anderen te verbergen. Dit kan zelfs noodzakelijk om je werk goed te doen.

  • Omdraaiing: de vraag is niet wat je te verbergen hebt, de vraag is waarom jij dit van mij wilt weten?

  • De oneliner van Edward Snowden: “Saying that you don’t care about privacy because you have nothing to hide is like not caring about freedom of speech because you have nothing interesting to say.”

  • Een ander bekend citaat, van de kardinaal Richelieu: “Als je me zes regels geeft die geschreven zijn door de meest eerlijke van alle mensen, zal ik in deze regels iets vinden waardoor hij hangt.” Punt is dat informatie / data op veel manieren kunnen worden uitgelegd.

  • Zonder privacy is er geen ik, en is er geen samenleving mogelijk.

  • Het kan voor jou waar zijn dat je niks hebt te verbergen. Maar dit vraagstuk gaat niet over jou. Je kunt zeggen dat je er geen last van hebt, maar daarmee heb je in feite wel lak aan anderen. Het feit dat jij kunt zeggen dat je niks te verbergen hebt betekent namelijk waarschijnlijk dat je niet werkzoekend bent, je waarschijnlijk niet in een land woont waar je je overheid niet kunt vertrouwen, je waarschijnlijk een paspoort hebt, je waarschijnlijk geen vluchteling bent, je waarschijnlijk niet wordt lastig gevallen door een stalker en/of misbruikende ex, je waarschijnlijk geen psychiater bent, je waarschijnlijk geen kritische journalist bent, etc. Dat jíj niet zoveel te vrezen hebt mooi, maar er zijn genoeg mensen die dat wél hebben, en daar goede redenen voor hebben.

  • Daarop voortbordurend: privacy wordt vaak gezien als een individueel ding. Maar privacy is (ook) een collectief goed. Veel schades van een gebrek aan privacy zijn maatschappelijke schades. Je kunt geen fatsoenlijke democratie hebben zonder privacy, bijvoorbeeld omdat je in een democratie vrij moet kunnen denken en spreken.

  • Het gaat niet om de vraag wat jij te verbergen hebt. Het punt is dat andere partijen dingen van je weten, soms zelfs eerder dan je het zelf weet. Bovendien weet jij niet wat ze over jou weten. Eén van de meest bekende anekdotes om dit te illustreren is het verhaal van een meisje wat haar spullen kocht bij Target. Haar vader vond een folder met spullen waar zwangerschapsartikelen werden aangeboden. Hij ging toen kwaad naar de klantenservice om hier over te klagen. Later bleek echter dat ze wel zwanger was, en dat Target dit wist op basis van haar veranderde koopgedrag (zwangere vrouwen worden bijvoorbeeld vaak gevoeliger voor geuren, en kopen zeep die minder sterk ruikt).

  • Vaak wordt ‘ik heb niets te verbergen’ genoemd in een context waarin privacy en veiligheid tegen elkaar worden afgewogen. Vaak is de gedachte dat het algemeen belang (veiligheid) boven het persoonlijke belang gaat (privacy). Maar in een democratische samenleving moet je vrij kunnen nadenken over een alternatief voor de status quo, zonder dat je daardoor meteen wordt gezien, of verdacht bent.

  • Hoe ziet een wereld eruit waar niemand iets kan verbergen? Waar is die grens? Wanneer gaan we een stap te ver wat betreft het elkaar in de gaten houden?

  • Het werkt niet. Vaak wordt gezegd of gesuggereerd dat het belangrijk is om zoveel mogelijk informatie te hebben om bijvoorbeeld terroristen op te sporen. Maar nooit wordt echt duidelijk of het ook effectief is. Bij terroristische aanslagen zijn de daders eigenlijk altijd al wel bekend bij verschillende diensten. Er is dan alleen niet goed gereageerd op de beschikbare informatie. Meer informatie verzamelen gaat dat probleem niet oplossen.

  • Het verzamelen van informatie kan zich tegen je keren. De VS hebben uitgebreide screenings voor al hun geheime agenten en hogere ambtenaren. Dit gaat om zeer persoonlijke informatie: je vrienden, waar je woont, hoe hoog je hypotheek is, of je psychische problemen heb (gehad), alles wat je maar mogelijk chantabel maakt wordt genoteerd. Deze database is gehackt, wat resulteerde in één van de grootste lekken ooit. Consequentie: al deze mensen zijn nu chantabel geworden (terwijl al deze tests en screenings juist zijn ingevoerd om veiligheid te bevorderen. Ze zijn na 9/11 bijvoorbeeld extra aangescherpt). Data is soms een aanwinst, maar soms ook gewoon gevaarlijk.

  • De verhouding is scheef. Vaak hoor je mensen zeggen dat een open en transparante samenleving goed is. Misschien is dat zo, maar ook als dat waar is: nu zijn de verhoudingen scheef. Een overheid weet veel meer over een burger dan die burger weet over zijn of haar overheid. Idem dito voor grote bedrijven: zij weten veel meer over ons dan wij over hen. De burger en consument zijn transparant, maar overheden en bedrijven zijn dat niet.

  • Het inleveren van privacy kan ook gevoelens van onveiligheid vergroten. Niet iedereen voelt zich veiliger door camera’s.

  • Informatie kan tegen je worden gebruikt. Informatie uit een bepaalde context halen kan al heel kwalijk en schadelijk zijn.

  • Een gedachtenexperiment: stel dat je een extern brein hebt, waar mensen in kunnen en mogen kijken. Als ze daar in kijken, weten ze wat je echt denkt en voelt. Zou je willen dat de overheid daar in kan / mag kijken?

  • Het chilling effect. Dit verwijst naar het proces waarbij mensen zichzelf online censureren, en bepaalde dingen niet zeggen of posten. Uit verschillende onderzoeken blijkt al dat dit gebeurt. Dit is kwalijk, je bent niet meer je volledige bandbreedte dan wie je volledig bent. Het wordt ook wel ‘verstening’ genoemd. Het komt er op neer dat de samenleving statischer wordt, omdat mensen bang(er) worden om te discussiëren over nieuwe controversiële ideeën. Maar dat soort ideeën zorgen er wel voor dat we vooruit gaan. 50 jaar geleden was het idee dat homo’s konden trouwen ook controversieel.

  • Trek die gedachte eens helemaal door. Rick Falkvinge heeft een aantal blogs geschreven over het niets te verbergen argument. In één ervan trekt hij het tot het uiterste door, en stelt hij dat wanneer je niets te verbergen hebt je eigenlijk zegt dat je iemand bent wie je niet in vertrouwen kunt nemen. Als je echt niks te verbergen hebt, bescherm je ook niet de dingen die anderen jou in vertrouwen hebben verteld.

Bredere gevolgen

  • Op het moment dat we bekeken worden, gaan we ons meteen anders gedragen. Er zijn hier heel veel experimenten mee gedaan. Een voorbeeld daarvan is een onderzoeker die een koffiemachine met een honourssysteem werkte: je werd gevraagd een kwartje te betalen bij het halen van koffie, maar het was niet verplicht. Vervolgens werd geteld hoeveel geld er gemiddeld per kopje koffie binnen kwam. Vervolgens werd een papieren oog op de machine opgehangen. Dat oog zorgde er voor dat er 40% meer geld binnenkwam. Het gevaar is dat we het gevoel krijgen alsof we permanent worden bekeken door de overheid. Het is alsof je altijd naast een politieauto aan het rijden bent. Vaak check je dan toch even je gordel en je lichten.

  • Stel dat ik zou kunnen zien wat je de afgelopen twee weken hebt ingetypt bij Google. Wat zou ik dan over jou weten? In ieder geval alles wat je nog niet wist (dat is tenslotte wat je opzoekt). Waarschijnlijk ken ik je naam, aangezien veel mensen zichzelf wel eens opzoeken. Symptomen van ziekten weet ik waarschijnlijk ook, waar je op vakantie wilt gaan, wat je wilt gaan doen of zien, wat je interessant vindt. De lijst is vrij lang.

  • Hokjes plaatsen. We hebben het kort over het boek Seeing like a state. De auteur (James C. Scott) legt daarin o.a. uit hoe je als staat naar je bevolking kijkt. Eén van de belangrijkste dingen is legibility, leesbaarheid. Je moet de omgeving zo inrichting dat het meetbaar wordt. Het voorbeeld wordt gegeven van een bos. Een natuurlijk bos is veel te willekeurig ingericht, en kun je niet goed meten. Doordoor zijn op sommige plekken hele stukken bos gekapt en vervangen door rijen. Want dat kun je makkelijker tellen. Je hebt baat bij minder diversiteit als je dingen wilt meten. Maar daardoor heb je ook minder ruimte voor groei, en minder ruimte voor de dingen die niet in je hokjes passen.

  • Hans vertelt over een reis in de trein waarin hij een gesprek hoorde tussen mensen die vonden dat opsporingsambtenaren veel meer bevoegdheden zouden moeten krijgen. Maar dat agenten en opsporingsambtenaren bepaalde dingen niet mogen is niet om criminelen te beschermen, dat is er om Marokkanen te beschermen die al lang weten dat opsporingsambtenaren al veel te veel mogen.

  • Hoeveel internetdiensten weten wanneer en hoe vaak je seks hebt? Spotify kan best wel eens een idee hebben. Er zijn heel veel seksplaylists. Zou Google het weten? En welke internetdiensten weten je huidskleur? Facebook denkt dat wel te weten. Ze bieden advertentieruimte die speciaal is gericht op African-Americans.

  • Voor sommige dingen die we nu doen weten we gewoon niet wat het gaat betekenen. ´Ik weet fundamenteel niet wat het betekent om een strafblad te hebben.’ We hebben geen idee wat voor gevolgen dat verder nog kan hebben. Dit begint ook met ons online gedrag te komen. We weten niet hoe dit nog bij ons terug kan komen.

  • Data wordt gebruikt bij verkiezingen. Door data bij te houden, en gebieden te analyseren kun op zeer gedetailleerd niveau achterhalen waar je het beste campagne kunt voeren. Met name Obama heeft hier heel veel gebruik van gemaakt voor zijn campagnes. Er wordt opgemerkt dat dit al langer gebeurt dan we denken, al in de 19e eeuw werd gebruik gemaakt van dit soort principes. De instrumenten om dit te doen zijn natuurlijk wel sterk veranderd.

  • Achter elk algoritme zit uiteindelijk een mens of organisatie met een bepaalde doelstelling. Je moet dus gaan nadenken over de vraag of jouw doelstellingen overeen komen met die van degene die het algoritme maken.

  • Data wordt vaak gebruikt om dingen te ‘optimaliseren.’ Dat klinkt heel goed. Maar optimaliseren is extreem afhankelijk van wat je wilt. Als je a beter maakt, moet dat ten koste gaan van b. Wie bepaalt dan wat optimaal is? Stel dat je een vliegveld wilt optimaliseren. Waar zet je dan op in: wil je het zo veilig, goedkoop of snel mogelijk?

  • Iedereen doet wel eens iets fout. Je weet niet eens zeker of je wel wat fout doet, zoveel wetten.